nathalie en kurt gaan circleair travel blog

pose van een schavuit

romantiek!

mijn eerste vliegles

pinguin-spotter!




We moeten ons er op beginnen voorbereiden dat we, eens terug in de Heimat, heel erg teleurgesteld zullen zijn in de lokale fauna. Strandschuimers als wij leven weliswaar op bij het zien van die prachtige Belgische Noordzeekust, maar zelfs wij moeten toegeven dat het er qua maritieme fauna redelijk povertjes gesteld is. Ja, we mogen dan wel beschikken over een keur aan zeebeesten van het type 'garnaaltje', 'mossel', en zelfs 'strandkrab', maar echt indrukwekkend zijn die diertjes toch allemaal niet. Die van Blankenberge mogen misschien zeehonden in hun aquarium hebben, maar of de beestjes zijn terminaal, of ze zijn compleet dolgedraaid. Hoe zouden ze anders zo hun weg hebben kunnen verliezen in het Kanaal? Zelfs die aangespoelde potvis om de vijf jaar is niet bepaald een vaste bron van inkomsten. Evenmin kunnen we onze favoriete vierpoters Arno, Drasco en Laika bezwaarlijk maritieme trekpleisters van Bredene Plage noemen, hoe schattig ze ook zijn. Technisch gezien blijven het honden--geen zeehonden--ook al gaan ze regelmatig pootjebaden in de Noordzeegolven.

Neen, we moeten het op het vlak van exotische zeefauna toch wel een beetje afleggen tegenover Nieuw-Zeeland. Maar daar kan verandering inkomen. Wat zij hebben, dat kunnen wij ook. En zelfs nog beter. We hebben op basis van onze ervaringen hier dan ook een sterk business plan uitgewerkt voor de Versterking van het Zeebeestenpotentieel aan onze Vlaamsche Kust. Kortweg, het ZeebeestenVersterkingsplan. Of helemaal verkort, project ZeeVer. Het wordt een economische boom van jewelste voor onze regio, dat kunnen we nu al beloven.

project 1: het lijkt een sterke zet om een paar dolfijnen in de Noordzeebranding los te laten. Ideale setting, denken we, is ons Bredense strand. Dolfijnen hebben een ijzersterke reputatie qua knuffelgehalte en kindvriendelijkheid, en zouden dus een massa families richting kust kunnen lokken. Koop nu misschien al aandelen in de ijskreemsector, want dat gaat nogal wat geven met al die families. De Hector dolphin, ongeveer een metertje lang en daarmee de kleinste dolfijnensoort ter wereld, lijkt ons een uitermate geschikt dolfijnenexemplaar voor die opdracht. Ze spelen graag in de surf, blijven lange tijd op hetzelfde plaatsje rondzwemmen, en zijn niet vies van wat menselijk contact. In Tortoise Bay in het Catlins Conservation Park, bijvoorbeeld, zit er een kolonie van vijftien exemplaren die zwemmers in het zilte nat al eens durven komen besnuffelen. Onze schone Vlaamse kust heeft dan trouwens nog als voordeel dat de watertemperatuur tijdens de zomer meer dan behoorlijk is. Het water van Tortoise Bay, daarentegen, is ijskoud. Zelfs tijdens de zomer. En zeker wanneer er een klein stormpje staat. Onze goesting om te zwemmen mocht dan al groot zijn, vooral Kurt vreesde in het koude water door de beestjes gewoon uitgelachen te worden.

project 2: een project voor elk seizoen lijkt ons daarom onontbeerlijk. Zeebeesten met misschien een nog grotere mercantiele meerwaarde zijn de pinguins. Inderdaad, die schattige kleine beestjes in butlersuniforn. Let wel, de ene pinguin is de andere niet. We wisten tot vandaag niet dat er zoveel varieteiten onder de pinguins bestaan. Bij "pinguin" denken we meteen aan de Koningspinguin. Die gigantische butler (meer dan een meter hoog, alstublieft) leeft eigenlijk exclusief op Antarctica, en behalve een opgezette versie in het International Antarctic Centre van Christchurch hebben we geen exemplaren gezien. Een slechte kandidaat voor ons project, dus. Dan is de Yellow-Eyed Pinguin, of geeloogpinguin, beter geschikt. Met die gele band op de kop lijkt het ons de schavuit onder de pinguins. Dit zeebeest zit deze tijd van het jaar de ganse dag in het water, maar komt klokvast voor het vallen van de nacht aan land. Volledig volgevreten, want het diertje wacht een zware taak om de kleine te voederen. Een spectaculaire bezigheid, trouwens, vermits de geeloog lak heeft aan etiquette en het halfverteerde voedsel kokhalsgewijs aan de spruit overdraagt.

Het moet gezegd, de geeloog is een beetje een eenzaat. Voor hem geen grote groepen gelijkgestemden; integendeel, hij doet zijn ding liever alleen. Maar dat kan voor ons project onvermoede voordelen hebben. Door dat eenzaatgedrag liggen de nesten van de beestjes wijd verspreid over de velden, zelfs tussen de schapen door, die niet meer opkijken van een waggelaar meer of minder. Wij stellen daarom voor dat we de loopgraven van Diksmuide iets dichter naar zee sleuren [het omgekeerde zou echt te duur uitvallen], want loopgraven zijn zonder twijfel het geschikte instrument voor pinguin spotting. Otago Peninsula nabij Dunedin heeft een grote populatie geeloogpinguins waar je letterlijk door de loopgraven gegidst wordt, tot op enkele meters van de beestjes en hun nesten. Je kan de dieren met andere woorden in de rug aanvallen zonder dat ze er ook maar iets van merken.

project 3: Massaspektakels kunnen evengoed sterke beelden opleveren. We denken nu spontaan aan de blauwe pinguins. Deze butlervarieteit scoort misschien nog hoger op de schattigheidschaal: klein, onbeholpen, iedereen zou wel graag zo'n beest als huisdier hebben. Plezier gegarandeerd. En vermits het een beschermde diersoort betreft, horen we de merchandising al lonken. Pluchen beesten, sleutelhangers... kassa!kassa! Ook zij houden er een merkwaardige routine op na: na een ganse dag solo-zwemmen in de Stille Oceaan komen ze ergens in het zeewater samen [blijkbaar is het zelfs niet bekend hoe ze dat precies doen], en komen dan letterlijk en figuurlijk in golven het strand op. Tien, twintig, zelfs in rafts van dertig per keer worden ze door de oceaan op het strand van Oamaru geworpen. Tientallen kleine pinguins die flapperen en fladderen en hun weg zoeken naar de nestjes tien meter verderop. Naast het strand is er zelfs een tribune gebouwd, van het type dat je in Vlaanderen op de voetbalvelden in Eerste Provinciale kunt vinden. Het scheelt niet veel of we halen onze sjerpen boven om onze helden aan te moedigen. Want een strijd voeren ze, de blauwe pinguins. Ze moeten een straat over (waar al jaren geen mens meer mag komen, maar toch) en dat resulteert in een collectief weifelen en twijfelen. Minutenlang, tot eentje het allemaal te machtig wordt en in een ruk naar het warme nestje stuift, waarbij de anderen meestal schoorvoetend volgen. Groepsdenken in de praktijk. Geef toe, dames en heren, voor zoveel entertainment is een tribune op het strand van pakweg De Haan een zeer bescheiden investering.

project 4: de nadruk hoeft niet altijd op de zee te liggen. Onze duinen kunnen ook perfect dienen voor impressionante gevleugelden. Denk bijvoorbeeld aan de albatros, een wat kloek uitgevallen zeemeeuw met een vleugelspan van drie meter. De Airbus 380 onder de vogels, zeg maar. Wanneer zo'n kolos in de stormwind over je hoofd komt zweven, durf je al eens de superlatieven bovenhalen: "Miljaar, wat een kastaar!" wist Kurt te melden. Meer diepgravende David Attenborough-analyses van het vliegfenomeen kwamen er niet uit... De albatroskolonie op Taiaroa Head schijnt de enige in de bewoonde wereld te zijn. De kolonie wordt trouwens perfect afgeschermd door een ruwe rots aan de ene zijde, en een observatiecentrum aan de andere zijde. Lientje genoot trouwens de eer haar arm ter beschikking van de wetenschap te stellen, toen ze als demonstratiemodel mocht dienen voor het unieke uitklappen van de albatrosvleugel. Op eenvoudig verzoek zal ze u bij thuiskomst graag demonstreren hoe zo'n beest die ellenlange vleugels opplooit. Tenzij Lientje natuurlijk helemaal voor een albatrosbestaan zou kiezen, wat zou impliceren dat ze de komende zes jaar zonder ook maar ergens een poot aan de grond te zetten van het nest weg zou blijven.

Dus, beste mensen, gene ZeeVer. Laten we het Nieuw-Zeelandse monopolie op toffe zeebeesten een halt toeroepen: importeren die handel!





Advertisement
OperationEyesight.com
Entry Rating:     Why ratings?
Please Rate:  
Thank you for voting!
Share |